Aanpakken dat mannenkartel!

Verschenen in NRC.Next op 13 april 2007 – Brief aan NMA (PDF)

De emancipatie is klaar. Vrouwen in Nederland hebben dezelfde rechten als mannen. De strijd is voltooid, het feminisme overbodig.
Toch?
Toch niet.
Want wat hebben vrouwen aan gelijke rechten als het ze nog steeds onmogelijk wordt gemaakt om de macht te grijpen? Nederlandse vrouwen bereiken zelden de top. In de raden van bestuur en van commissarissen van de grootste Nederlandse bedrijven is nog geen 4 procent vrouw, de secretarissen generaal bij de rijksoverheid zijn allemaal mannen.

Aan het opleidingsniveau van de vrouwen ligt het niet: vrouwen zijn gemiddeld hoger opgeleid dan mannen. En hoewel ‘ambitie’ voor veel Nederlandse vrouwen een vies woord is, blijkt uit onderzoek dat de ambities van vrouwen die het tot het middenmanagement minstens zo groot als die van hun mannelijke concurrenten. Er zijn, kortom, vrouwen zat die de capaciteiten en de wil hebben om de top te bereiken. Maar iets houdt ze tegen.

Dat ‘iets’ wordt nogal eens het glazen plafond genoemd, alsof het om een onzichtbaar natuurverschijnsel gaat waar weinig aan te doen is. Women on Top, een netwerk van ambitieuze vrouwen, noemt het liever een mannenkartel: een succesvolle poging van mannen om de markt voor topposities dicht te houden voor de concurrentie.

Mannen weren vrouwen van de markt voor topposities. Op zich is dat heel begrijpelijk: machtige marktpartijen willen hun positie beschermen. Zie bijvoorbeeld de Nederlandse bouwbedrijven die bouwopdrachten liever zelf verdelen dan ze te grabbel te gooien op de vrije markt. Dat kartel is inmiddels aangepakt, de valsspelers zijn beboet.

Natuurlijk: van vrouwenhaat en een complot tegen dames is geen sprake. Daarvoor zijn de heren te welopgevoed. Ze zijn zich van geen kwaad bewust als ze nieuwe functies weer eens onderling en mondeling verdelen, op de golfbaan, de sociëteit of in het café. En als een vacature al openbaar is, dan worden vrouwen vaak met discriminerende voorwaarden afgeserveerd. Een voorbeeld is de eis dat iemand vele jaren van onafgebroken werkervaring dient te hebben. Het feit dat vrouwen soms tijdelijk de arbeidsmarkt hebben verlaten voor de geboorte van kinderen, wordt tegen hen gebruikt. De waarde van de kandidaat-topvrouw wordt dus niet op basis van objectieve maatstaven als motivatie en kunde vastgesteld, maar middels de afgeleide factor werkervaring.

Volgens het Ministerie van Financiën kost het glazen plafond de Nederlandse samenleving jaarlijks zo’n 8 tot 9 miljard euro. En ook aandeelhouders betalen een prijs. Uit onderzoek blijkt dat bedrijven met vrouwen aan de top meer waarde creëren voor hun aandeelhouders dan bedrijven waar het topmanagment bestaat uit een ons-kent-ons van mannen onder elkaar.

Maar de Nederlandse topman gelooft, dwars tegen deze feiten in, niet in het winstpotentieel van vrouwelijke managers. Dat blijkt uit het Global CEO Survey van adviesbureau PricewaterhouseCoopers. Liefst 43 procent van de Nederlandse topmannen onderschrijft de stelling ‘dat de voordelen van meer genderdiversiteit in het management overschat worden’. Internationaal gezien een behoorlijk eigenwijze houding, want wereldwijd is maar 24 procent van de managers deze mening toegedaan.

Mannen hebben geen natuurlijke monopoliepositie: ze zijn niet vanwege hun geslacht beter dan vrouwen in het uitoefenen van bepaalde functies. Ze beschermen hun macht op de markt voor topposities op oneigenlijke wijze. Tijd dus voor de NMA om aan dit monopolie een einde te maken. Beboet het mannenkartel!

Esther van Rijswijk en Mei Li Vos
Namens Women on Top
Brief aan NMA